Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 126 - 15.09.02 - De rekening-courant van vennoten
PA 126 NL rekening courant

Editie nr 126 van 15 september 2002

De rekening-courant van vennoten

    Auteur:
    Michel vander Linden
    Ere-bedrijfsrevisor

De rekening courant is een staat waarop de wederzijdse schulden en vorderingen vermeld worden tussen de vennoten en de vennootschap waarvan zij meestal het bestuur waarnemen.

Op de creditzijde registreert men o.a. de voorschotten gedaan aan de vennootschap, de te betalen bedragen: bezoldigingen, huurgelden, interesten op creditsaldo, betaalde facturen met persoonlijke gelden. De debetzijde registreert o.a. de opnemingen, de facturen van voordelen van alle aard, interesten op debetsaldo.

Juridisch bekeken ontstaat er een wettelijke compensatie tussen de schulden en de vorderingen zodat enkel het saldo de positie weergeeft van de rekening-courant: debetsaldo = vordering van de vennootschap op de vennoten, creditsaldo = schuld van de vennootschap t.o.v. de vennoten. Op financieel vlak kan de rekening-courant gebruikt worden om de financiële toestand van de vennootschap tijdelijk te ondersteunen.

Het fiscaal recht bekijkt de rekening-courant met argusogen en bestraft het oneigenlijk gebruik ervan.

Tenslotte moet rekening gehouden worden met het wetboek van vennootschappen: de rekening-courant mag slechts gebruikt worden met inachtneming van de bepalingen van het wetboek dat zekere procedures voorschrijft.

Hierna bespreken wij het gebruik van de rekening-courant in welbepaalde omstandigheden met de nadruk op de wettelijke regels die hiervoor gelden.

1. De onderneming in moeilijkheden

1.1 Mag de R/C gebruikt worden om verliezen ten laste te nemen?

Door de R/C te debiteren voor het bedrag van het door de vennootschap geleden verlies, zou men zonder een euro in de zaak te stoppen, het eigen vermogen doen verhogen. Dit geeft een beter beeld aan de balans. De schulden van de vennoten tegenover de vennootschap verhogen uiteraard, maar voor de vennootschap is een vordering op een vennoot gunstiger dan een schuld tegenover een derde, zij het een leverancier of een kredietinstelling.

Fiscaal zou dat ook interessant kunnen zijn vermits de vennoot het verlies zou kunnen aanrekenen op zijn beroepsinkomsten.

Maar de fiscus is helaas niet bereid een ten laste genomen verlies zo maar als beroepskosten te beschouwen. Daarom bepaalt artikel 53-15° WIB/92 dat niet als beroepskosten worden aangemerkt:

"Verliezen van vennootschappen ten laste genomen door natuurlijke personen, behoudens indien het gaat om bedrijfsleiders die deze tenlasteneming verwezenlijken door de onherroepelijke en onvoorwaardelijke betaling van een som voor het behoud van beroepsinkomsten welke die leiders periodiek uit de vennootschap verkrijgen en de aldus betaalde som door de vennootschap volledig wordt gebruikt voor de aanzuivering van haar verliezen."

Deze bepaling houdt drie voorwaarden in voor de aftrekbaarheid te bekomen:
-werkelijke betaling;
-behoud van beroepsinkomsten;
-aanwending van de betaalde som voor de aanzuivering van de verliezen.

Er is voldoende stof voor de fiscus om de aftrekbaarheid te betwisten of te weigeren.

1.2. Mag men door R/C de vennootschap onbeperkt financieren?

Het maatschappelijk kapitaal is een borg voor de schuldeisers van de vennootschap. Meerdere bepalingen van het wetboek van vennootschappen hebben als doel de werkelijkheid en het behoud van het kapitaal te verzekeren ten einde de schuldeisers te beschermen. Om die reden zijn er beperkingen gesteld aan de vermindering van het patrimonium o.a. in volgende omstandigheden: vermindering van het kapitaal door vrijstelling van storting (art. 613.W.Venn.), aflossing of uitkering van het kapitaal kan slechts met uitkeerbare winst (art. 615 en 617 W.Venn.). Ook de verplichting tot het vormen van de wettelijke reserve, tot beloop van 10 % van het kapitaal, is een maatregel om de borg t.o.v. derden te verhogen.

Op grond van al deze maatregelen kan men zich de vraag stellen of de vennoten de wettelijke beperkingen van kapitaaluitkering en de beveiliging van derden kunnen omzeilen door voorschotten te doen langs de R/C?

Op die manier blijft de verantwoordelijkheid van deze personen beperkt tot hun inbreng en daarenboven vallen zij bij faillissement in de massa van de gewone schuldeisers. Maar de rechtspraak leert ons dat de hoven en rechtbanken in vele gevallen de beperkte aansprakelijkheid doorprikken en de voorschotten van de vennoten beschouwen als een achtergestelde lening. Het speciaal karakter van deze laatste is het omgekeerde van een voorrang: de voorschotten worden laatst in rang geplaatst bij mogelijke uitkering.

1.3. Hoe kan de voorstelling van de balans verbeterd worden?

Zoals reeds aangetoond is er een mogelijkheid om de vennootschap in moeilijkheden te financieren door voorschotten in R/C. Indien deze toestand tijdelijk is en er geen discontinuïteit van de bedrijvigheid dreigt, kan het opportuun zijn (soms op aanvraag van de kredietinstellingen) dat de R/C zou beschouwd worden als achtergestelde lening. Deze lening, gedaan door de aandeelhouders, kan in zekere zin beschouwd worden als verlengstuk van het eigen vermogen. Let wel dat het eenvoudig verplaatsen van de R/C naar de balansrubriek "Achtergestelde lening" geen juridische verbintenis inhoudt. Men zal dus een overeenkomst tekenen tussen de vennootschap en de houder(s) van de R/C om duidelijk te stellen dat het om een achtergestelde lening gaat. Op de balans neemt de R/C dan plaats in de rubriek passiva VIII A. Financiële schulden nr.l Achtergestelde leningen. De te gebruiken rekening is nummer 170.

2. Mag men onbeperkt opnemingen doen door de R/C?

Een minderheidsaandeelhouder zou bezwaren kunnen hebben indien één of meer meerderheidsaandeelhouders bovenmatig geld uit de vennootschap opnemen langs de R/C. Indien er aanwijzingen zijn dat de belangen van de vennootschap hierdoor op ernstige wijze in gevaar komen of dreigen te komen, kunnen de minderheidsaandeelhouders aan de rechtbank een deskundig onderzoek vragen (art. 168 W.Venn.). Om dit onderzoek te vorderen moeten de aandeelhouders minstens 1 % van het geheel aantal stemmen bezitten of voor minstens 1.250.000,00 EUR effecten bezitten. De deskundige ziet de boeken en de rekeningen van de vennootschap na alsook de verrichtingen gedaan door de organen ervan.

Soms leidt dat deskundig onderzoek tot een minderheidsvordering.

3. De R/C en het vormen van kapitaal

3.1. Kan een R/C gebruikt worden voor een kapitaalverhoging?

Om de rekening-courant te gebruiken om het kapitaal te verhogen dient men de procedures, voorzien door het wetboek van vennootschappen, na te leven. Het betreft een kapitaalverhoging bij wijze van inbreng in natura, geregeld door artikelen W.Venn. 313 (BVBA) 423 (CUBA) 602 (N.V) en 657 (Comm. V.A.). Hiervoor is een algemene vergadering nodig, gehouden voor notaris, en volgens de regels gesteld voor de wijziging van de statuten. De commissaris of een aangestelde bedrijfsrevisor maakt een verslag op en het bestuursorgaan stelt eveneens een bijzonder verslag op.

In principe wordt de R/C voor de inbreng gewaardeerd aan de nominale waarde. Maar voor welk bedrag moet de R/C gewaardeerd worden in geval de vennootschap op wie de houder van de R/C een vordering heeft, zware financiële problemen heeft en bv. een negatief eigen vermogen heeft? Het is duidelijk dat de kapitaalverhoging in het aangehaalde geval als doel heeft de onderneming financieel te herstructureren of te saneren. Verschillende hypothesen moeten nagegaan worden:

    a)de kapitaalverhoging gebeurt in dezelfde verhouding tot hun aandelenbezit door alle bestaande aandeelhouders : hier heeft de waardering geen belang vermits niemand benadeeld, noch bevoordeeld wordt. Logischerwijze gebeurt de waardering aan nominale waarde.
    b)de kapitaalverhoging gebeurt niet in dezelfde verhouding tot hun aandelenbezit door bestaande aandeelhouders. Indien de R/C ingebracht wordt aan nominale waarde, zien de niet of buiten verhouding inbrengende aandeelhouders de boekwaarde van hun aandelen verhogen. Zij zijn bevoordeeld en de anderen benadeeld.
    c)de kapitaalverhoging gebeurt deels door bestaande aandeelhouders in een ongelijke verhouding tot hun aandelen of/en door derden.

De situatie is vergelijkbaar met die beschreven onder b.

Wat gaat de bedrijfsrevisor in zijn verslag verklaren?

De bedrijfsrevisor moet de werkelijke economische en financiële beweegredenen van de verrichting achterhalen. In het vorige vennootschapsrecht moest de bedrijfsrevisor zich uitspreken over de billijkheid van de vergoeding ontvangen als tegenprestatie van de inbreng. Nu vraagt het W.Venn. dat niet meer. De bedrijfsrevisor moet wel in zijn verslag verklaren of de inbrengende aandeelhouders volledig en correct werden ingelicht door zijn verslag en door dat van het bestuursorgaan.

3.2. Mag men met de R/C het kapitaal volstorten ?

Stel dat het geplaatst kapitaal nog niet volledig volstort is en het bestuursorgaan beslist tot opvraging van het nog niet volstorte gedeelte. Kan de R/C gebruikt worden om te voldoen aan deze volstortingsvordering?

Omtrent deze vraag is er heel wat discussie gerezen.

Welke zijn de principes die aan de basis liggen van het antwoord?

  • Krachtens het Burgerlijk Recht is er schuldvergelijking van rechtswege tussen twee schulden die beide een geldsom tot voorwerp hebben en vaststaand en opeisbaar zijn. Deze schuldvergelijking grijpt plaats zodra de schulden tegelijk bestaan en ten belope van hun wederkerig bedrag (artikelen 1289, 1290 en 1291 Burgerlijk Wetboek).
  • de voorschriften van het W.Venn. m.b.t. de volstorting van het kapitaal zijn niet enkel vormelijk maar ook inhoudelijk en zijn bedoeld om effectief middelen te bezorgen aan de vennootschap voor haar bedrijfsvoering (Rechtbank van Koophandel Gent 29 januari 1996).
  • het bestuursorgaan is strafrechterlijk aansprakelijk indien het stortingen op aandelen als gedaan erkent, die niet werkelijk gedaan zijn op de voorgeschreven wijze (art. 347-3° BVBA ; 387-1° CVBA ; 648-5° N.V. Wetboek van vennootschappen).

    Uit wat voorafgaat zijn reeds gevolgen te trekken:

  • de volstorting van een aandeel dat door compensatie met een schuldvordering gebeurt, wijzigt de aard van de inbreng niet in een inbreng in natura ;
  • de schuldvergelijking heeft slechts plaats ten belope van het wederkerig bedrag van de vordering wat veronderstelt dat het creditsaldo van de R/C van de aandeelhouder ten minste overeenstemt met het te storten bedrag. Onaanvaardbaar is zeker dat de volledige of een gedeelte van de volstorting zou gebeuren door verhoging van het debetsaldo van de R/C.

    Een gans andere vraag is of de volstorting door compensatie met de R/C door het bestuursorgaan als werkelijk gedaan op de voorgeschreven wijze kan erkend worden? (zie hierboven)

    Hier lopen de meningen in de rechtsleer sterk uiteen. In het algemeen wordt de schuldvergelijking die van rechtswege plaatsgrijpt aanvaard. Waar de discussie om draait is over de aard van de schuldvordering van de R/C die gecompenseerd wordt.

  • sommige beweren dat de R/C kan gecompenseerd worden indien ze uitsluitend gevormd is uit voorschotten in geld gedaan door de vennoot ;
  • men gaat soms verder door te beweren dat deze gelden op het moment van de volstorting nog ter beschikking moeten zijn van de vennootschap en nog niet boekhoudkundig verwerkt, noch aangewend ;
  • in deze gedachtegang zou de R/C, waardoor de vennoot schuldeiser is van zijn vennootschap omwille van geleverde prestaties of goederen, uitgesloten zijn voor schuldvergelijking. Er is immers geen reële geldstroom ten voordele van de vennootschap.

    Als conclusie volstaat het te doen opmerken dat de volstorting van kapitaal door schuldvergelijking met de R/C bijzondere aandacht verdient omdat zij in talloze gevallen erg onzeker is. Dat volstorting door inschrijving op R/C binnen bepaalde grenzen toegelaten moet worden, blijkt uit het feit dat het Wetboek van vennootschappen het niet uitdrukkelijk verbiedt. Om te weten of het toch toegelaten is moet teruggegrepen worden naar de algemene beginselen vastgesteld in dat Wetboek, inzonderheid naar het begrip dat kapitaal in geld onderschreven, ook in geld moet volstort worden.

    4. Wat met de intresten op R/C

    4.1. Debetintresten op R/C.

    Het is de gewoonte op de debetstand van de R/C geen of lagere intresten aan te rekenen. Maar artikel 32 WIB/92 beschouwt dat een bedrijfsleider aan wie geen of te lage intresten worden aangerekend hierdoor een voordeel geniet. Hij zal worden belast op het verschil tussen een referterentevoet en de voet die werkelijk werd toegepast.

    De referterentevoeten zijn forfaitair vastgesteld per soort lening door een K.B. genomen ter uitvoering van het W.I.B./92. Als de vennoot geen bedrijfsleider is, dan is het niet berekenen van een intrest of van een lage intrest een abnormaal en goedgunstig voordeel dat de vennootschap als verworpen uitgaven aangeeft.

    4.2. Creditintresten op R/C.

    De vennootschap kan interest betalen op de creditstand van de R/C of die op die R/C boeken. Teneinde misbruik te vermijden en de financiering door eigen vermogen te stimuleren worden de interesten in bepaalde omstandigheden door de fiscus als dividenden beschouwd en belast.

    Die omstandigheden zijn:

  • de intrest overschrijdt de marktrente
  • het totale bedrag van de voorschotten overschrijdt de som van de belaste reserve bij het begin van het boekjaar en het volstort kapitaal bij einde van het boekjaar.

    De geherkwalificeerde interesten zijn niet aftrekbaar in hoofde van de vennootschap en onderworpen aan roerende heffing in hoofde van de houder van de R/C.

    Let wel ! de herkwalificatie is slechts van toepassing op voorschotten (leningen) en niet op vorderingen.

    5. Conclusie

    Uit wat voorafgaat is duidelijk gebleken dat alle voorzichtigheid geboden is bij het aanleggen en gebruiken van een R/C. De boekhouders-fiscalisten zullen er op letten, als adviseurs van hun klanten, dat het fiscaal recht en het wetboek van vennootschappen in alle omstandigheden correct wordt toegepast met betrekking tot de rekening-courant.

    Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:34:00