Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 120 - 15.05.02 - Het economisch samenwerkingsverband
120N economisch

Editie n° 120 van 15 mei 2002

HET ECONOMISCH SAMENWERKINGSVERBAND

    Auteur:
    Xavier THIEBAUT
    Advocaat aan de Balie van Luik (Beurs & Vennoten) - Assistent aan de U.Lg. Luik, 19 april 2002

Het economisch samenwerkingsverband (afgekort ESV) werd in het Belgisch recht ingevoerd door de wet van 17 juli 1989. Op dit ogenblik is het onderworpen aan het vennootschapsrecht, en in het bijzonder aan artikelen 839 tot 873 van het Wetboek van vennootschappen.

Het is een zeer flexibel samenwerkingsinstrument waar de economische actoren gebruik van kunnen maken, ongeacht of het natuurlijke personen, rechtspersonen, handelaars zijn of niet.

Een ESV kan zelfs bestaan uit beoefenaars van vrije beroepen. In de tekst die volgt, wordt het juridisch en fiscaal stelsel van het ESV zeer beknopt toegelicht.

Aard en karakter

Het ESV wordt in artikel 839 van het Wetboek van vennootschappen gedefinieerd als "een vennootschap die bij overeenkomst voor een bepaalde of onbepaalde tijd, door natuurlijke of rechtspersonen kan worden opgericht en uitsluitend tot doel heeft de economische bedrijvigheid van haar leden te vergemakkelijken of te ontwikkelen, dan wel de resultaten van die bedrijvigheid waarbij de bedrijvigheid van het samenwerkingsverband moet aansluiten en ten opzichte waarvan deze van ondergeschikte betekenis moet zijn, te verbeteren of te vergroten".

Aan de hand van deze definitie worden de hoofdkenmerken van het ESV al meteen duidelijk.

Het ESV is een vennootschap. De bepalingen die gemeenschappelijk zijn voor alle vennootschappen voorzien in de artikelen 18 en volgende van het Wetboek van vennootschappen zijn dus van toepassing.

De overeenkomst dat men aan één van de vennoten (men spreekt van leden als het gaat om een ESV) de gehele winst zou toekennen, bijvoorbeeld, is dus nietig.

Hetzelfde geldt voor het beding waarbij de gelden of goederen, door een of meer van de leden in de vennootschap ingebracht, worden vrijgesteld van elke bijdrage in het verlies (artikel 32 van het Wetboek van vennootschappen).

Het ESV is een handelsvennootschap met rechtspersoonlijkheid (artikel 2, § 2 van het Wetboek van vennootschappen). Krachtens een beperkte juridische fictie (artikel 843, § 2 van het W. Venn.) wordt het ESV voor de toepassing van de inkomstenbelastingen echter geacht geen rechtspersoonlijkheid te bezitten (zie lager).

Het ESV kenmerkt zich tenslotte en vooral door het beperkte doel dat het volgens de wet mag nastreven. Zijn activiteit moet in hoofdzaak ondergeschikt zijn aan die van de leden. Het ESV mag uitsluitend als doel hebben, de economische activiteit van zijn leden te vergemakkelijken of te ontwikkelen, of het resultaat van deze activiteit te verbeteren of te vergroten.

De activiteit van het ESV moet aansluiten bij die van de leden, die moet blijven overheersen. Het ESV mag voor zichzelf geen winst nastreven (artikel 840, 3° van het W. Venn.).

Het samenwerkingsverband mag niet hetzelfde beroep uitoefenen als de leden ervan, maar mag ze er alleen maar bij helpen.

Dit ondergeschikte karakter belet ook nog dat het samenwerkingsverband in welke vorm dan ook rechtstreeks of onrechtstreeks, in welke hoofde ook, aandelen of rechten van deelneming bezit in een handelsvennootschap of een vennootschap die de handelsvorm heeft aangenomen (840, 2° van het W. Venn.).

De oprichtingsovereenkomst van een ESV mag in principe opgesteld worden middels onderhandse akte, waarbij er zoveel exemplaren voorzien worden als er partijen zijn met afzonderlijk belang, d.w.z. leden. Een notariële akte is noodzakelijk in het geval van inbreng van onroerende goederen.

De oprichtingsovereenkomst van een ESV moet zorgvuldig worden opgesteld. Ze moet een hele reeks vermeldingen bevatten die voorzien zijn in artikel 70 van het W. Venn., waaronder de naam van het ESV, de nauwkeurige omschrijving van het doel, de identificatie van de leden, de wijze van benoeming en ontslag van de zaakvoerder of zaakvoerders, de plaats en de dag van de vergadering van de leden,…

De zorgvuldige opstelling van de overeenkomst is ook gerechtvaardigd door het feit dat het samenwerkingsverband, als er niet tijdig aan gedacht werd, erg rigide zou kunnen blijken: de toelating van een nieuw lid of de uittreding van een lid zijn slechts mogelijk wanneer de overeenkomst daarin heeft voorzien en er de voorwaarden van heeft vastgesteld (artikelen 847 en 849 van het W. Venn.).

Zo wordt het samenwerkingsverband in principe ook ontbonden door het onbekwaam worden, het overlijden, de ontbinding, het faillissement of zelfs het uittreden van een lid… tenzij dit in de overeenkomst anders is bepaald (artikel 867, 5° van het W. Venn.).

Is er inbreng nodig voor de oprichting van een ESV? Deze essentiële vraag is omstreden. Uitgaande van de kwalificatie van het samenwerkingsverband als een "vennootschap" moet er positief op geantwoord worden.

De vennootschap veronderstelt inderdaad, in principe, dat "twee of meer personen iets in gemeenschap brengen" (artikel 1, al. 1 van het W. Venn.). In artikel 842 van het W. Venn. wordt daarentegen voorzien dat "in de overeenkomst tot oprichting van het samenwerkingsverband kan worden bepaald dat de leden of sommigen onder hen verplicht worden tot een inbreng in geld of een inbreng van goederen of van diensten, hierna inbreng in natura genaamd".

In artikel 70, 7° van het W. Venn. wordt ook voorzien dat het uittreksel uit de oprichtingsovereenkomst van het ESV "de aard en de waarde van de eventuele inbreng, alsmede de naam of handelsnaam van de inbrengende leden" bevat.

De omvang van deze controverse mag echter niet overdreven worden: het ESV vereist in ieder geval geen minimumkapitaal. Het is dus voorzichtig om een inbreng in geld te voorzien, zij het dan zeer beperkt. Men moet voorts de artikelen 842 en 844 van het W. Venn. goed in acht nemen, die bepalen dat in het geval van inbreng van goederen of van diensten, er een verslag van een revisor nodig is.

De inbreng van goederen, zelfs onroerende, in een ESV is slechts onderworpen aan een algemeen vast registratierecht van 25 euro (artikel 159, 11° van het Wetboek der Registratierechten

Binnen vijftien dagen na de dagtekening van de definitieve oprichtingsakte moet er een uittreksel van worden neergelegd ter griffie van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waarbinnen het ESV zijn zetel heeft (artikelen 67 en 68 van het W. Venn.).

Het ESV verkrijgt pas rechtspersoonlijkheid vanaf de dag van deze neerlegging (artikel 2, § 4, al. 1 van het W. Venn.).

Deze rechtspersoonlijkheid kan echter pas aan derden worden tegengeworpen vanaf de dag van de bekendmaking van dit uittreksel in het Belgisch Staatsblad, tenzij het ESV aantoont dat deze derden er tevoren kennis van droegen.

Derden kunnen zich niettemin beroepen op de akte die nog niet bekendgemaakt is.

Bovendien kunnen ten aanzien van handelingen verricht vóór de zestiende dag na die van de bekendmaking, de akten niet worden tegengeworpen aan derden die aantonen dat zij er onmogelijk kennis konden van hebben (artikel 76 van het W. Venn.).

Als het ESV een commercieel doel heeft, moet het bovendien worden ingeschreven in het handelsregister.

Hoofdelijke aansprakelijkheid van de leden

De leden van het ESV zijn hoofdelijk aansprakelijk voor alle verbintenissen van het samenwerkingsverband (artikel 843, § 1, al. 2 van het W. Venn.).

Het nieuwe lid kan slechts door een uitdrukkelijk beding in de oprichtingsovereenkomst of in de toelatingsakte worden ontslagen van de betaling van de schulden die vóór zijn toetreding zijn ontstaan.

Om tegen derden en tegen het samenwerkingsverband te kunnen worden ingeroepen, moet deze bepaling in dezelfde vormen als de oprichtingsakte bekendgemaakt worden (artikelen 74 en 848, al. 2 van het W. Venn.).

Het lid dat ophoudt lid van het samenwerkingsverband te zijn en, in geval van overlijden, de erfgenamen voor zover zij zelf niet als lid zijn toegelaten, zijn niet gehouden tot nakoming van de verbintenissen die het ESV heeft aangegaan na de dag van de bekendmaking van deze gebeurtenissen (artikel 852 van het W. Venn.).

Leden kunnen niet persoonlijk worden veroordeeld op grond van verbintenissen van het ESV zolang dit niet zelf is veroordeeld (artikel 843, § 1, al. 3 van het W. Venn.).

Om dergelijke problemen te vermijden, verplicht de wet de leden van het ESV om jaarlijks bij te dragen om tekorten aan te zuiveren voor zover bepaald in de overeenkomst van het samenwerkingsverband, of bij gebreke daarvan, voor gelijke delen (artikel 843, § 1, al. 1 van het W. Venn.).

De leden - toetreding en vertrek

De toelating van een nieuw lid is enkel mogelijk wanneer de overeenkomst daarin heeft voorzien en er de voorwaarden van heeft vastgelegd (artikel 847 van het W. Venn.). Voor elke beslissing in verband met de toelating van een nieuw lid is alleen de vergadering van de leden bevoegd (artikel 862, al. 2 van het W. Venn.) die, behoudens andersluidende bepalingen in de overeenkomst, zich met eenparigheid van stemmen moet uitspreken (artikel 863 van het W. Venn.).

Kan een lid uittreden? Artikel 849 van het W. Venn. voorziet dat een dergelijke uittreding enkel mogelijk is wanneer de overeenkomst daarin heeft voorzien en er de voorwaarden van heeft vastgelegd. Bij stilzwijgen van de overeenkomst hierover, maar indien wordt voorzien dat het samenwerkingsverband wordt opgericht voor onbepaalde duur, kan een lid zich altijd terugtrekken op basis van artikel 39 van het Wetboek van vennootschappen (één van de bepalingen die geldt voor alle vennootschappen).

Het lid moet een redelijke opzegtermijn naleven en mag zijn ontslag niet indienen op een ongelegen moment.

Het uittreden van een lid van het ESV heeft in principe de ontbinding tot gevolg, tenzij in de overeenkomst anders is bepaald, in welk geval het ESV tussen de overige leden blijft bestaan onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in de overeenkomst, of bij gebreke daarvan, door die leden die beraadslagen en besluiten op de wijze als voorgeschreven voor de wijziging van de overeenkomst (artikel 867, 5° van het W. Venn.).

Kan een lid worden uitgesloten? In de overeenkomst kunnen de gronden en de wijze van uitsluiting van de leden vastgesteld worden (artikel 850 van het W. Venn.).

Bij stilzwijgen van de overeenkomst kan een lid alleen worden uitgesloten bij een beslissing van de rechtbank genomen op verzoek van de algemene vergadering en wanneer dat lid ernstig tekortschiet in zijn verplichtingen of de werking van het ESV ernstig verstoort. Het lid wiens uitsluiting wordt voorgesteld, mag niet deelnemen aan de desbetreffende stemming.

Enkel de algemene vergadering is bevoegd om te besluiten tot uitsluiting van leden.

Deze bevoegdheid kan niet worden overgedragen op de zaakvoerder of het college van zaakvoerders. In geval van uitsluiting van een lid blijft het ESV tussen de overige leden bestaan, tenzij de overeenkomst anders bepaalt, op de voorwaarden die zijn vastgesteld bij de overeenkomst of, bij gebreke daarvan, door de vergadering, op de wijze als voorgeschreven voor de wijziging van de overeenkomst (artikel 851 van het W. Venn.).

De overdracht door een lid van zijn aandeel of aandelen in het samenwerkingsverband kan beschouwd worden als de terugtrekking van dit lid en de toelating van een nieuw lid.

Deze overdracht kan dus enkel overwogen worden als dit in de overeenkomst voorzien is en de overeenkomst er de voorwaarden van vaststelt.

Deze overdracht die tot doel heeft een nieuw lid toe te laten, moet worden goedgekeurd door de algemene vergadering.

De toelating, de terugtrekking of de uitsluiting van een lid of de overdracht door een lid van zijn aandelen, moet, om tegen derden en tegen het samenwerkingsverband te kunnen worden ingeroepen, in dezelfde vormen als de oprichtingsakte van het ESV bekendgemaakt worden.

De algemene vergadering van de leden

Alleen de algemene vergadering van de leden is bevoegd om te besluiten tot wijziging van de oprichtingsovereenkomst, tot toelating of uitsluiting van leden, tot vervroegde ontbinding of tot voortzetting van het samenwerkingsverband en tot goedkeuring van de jaarrekening.

Deze bevoegdheden kunnen niet overgedragen worden op de zaakvoerder of het college van zaakvoerders.

Behoudens andersluidende bepalingen in de overeenkomst heeft de algemene vergadering de meest uitgebreide bevoegdheden, om alle besluiten te nemen of elke handeling te verrichten met het oog op de verwezenlijking van het doel van het ESV (artikel 862 van het W. Venn.).

Bepaalde besluiten kan de algemene vergadering slechts bij eenparigheid van stemmen nemen.

Dit geldt voor besluiten met betrekking tot de wijziging van het doel van het ESV, van het aan elk lid toegekende aantal stemmen, van de procedure van besluitvorming, de verlenging van de duur van het ESV en tot de wijziging van het aandeel van elk van de leden of van enkele hunner in de financiering van het samenwerkingsverband (artikel 864 van het W. Venn.).

Tenzij in de overeenkomst anders is bepaald, moeten de andere besluiten van de algemene vergadering ook met eenparigheid van stemmen worden genomen (artikel 863 van het W. Venn.).

Elk lid beschikt in principe over één stem. De overeenkomst kan evenwel aan bepaalde leden meer stemmen toekennen, naar gelang van het bedrag van hun eventuele inbreng, doch geen enkel lid mag de volstrekte meerderheid van de stemmen bezitten (artikel 865 van het W. Venn.).

Beheer In de overeenkomst kan een zaakvoerder of een college van zaakvoerders worden voorzien. Het moet altijd gaan om natuurlijke personen die niet noodzakelijk lid moeten zijn van het samenwerkingsverband. Behoudens andersluidende bepalingen in de overeenkomst, worden ze aangesteld voor onbepaalde duur.

De zaakvoerder(s) wordt (worden) aangesteld in de overeenkomst zelf of door een besluit van de algemene vergadering.

Om tegen derden te kunnen worden ingeroepen, moeten de benoeming en de ambtsbeëindiging van de zaakvoerders het voorwerp uitmaken van een bekendmaking door uittreksel zowel ter griffie van de rechtbank van koophandel als in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad (artikelen 74, 2° en 76 van het W. Venn.).

De beheersbevoegdheid van de zaakvoerder of van het college van zaakvoerders wordt bepaald in artikel 857 van het W. Venn.

De zaakvoerder of het college van zaakvoerders is bevoegd om alle handelingen te verrichten die nodig of dienstig zijn tot verwezenlijking van het doel van het samenwerkingsverband, behoudens die waarvoor volgens de wet alleen de algemene vergadering bevoegd is.

De overeenkomst kan zeker beperkingen opleggen aan deze bevoegdheid, maar deze beperkingen van de bevoegdheid kunnen niet aan derden worden tegengeworpen, zelfs niet indien ze openbaar zijn gemaakt. Deze beperkingen hebben slechts een intern doel.

Als ze niet worden nageleefd, kan de verantwoordelijkheid ingeroepen worden van één van de zaakvoerders met betrekking tot het samenwerkingsverband.

De vertegenwoordigingsbevoegdheid van de zaakvoerders wordt bepaald in artikel 858 van het W. Venn.: iedere zaakvoerder vertegenwoordigt het ESV jegens derden en in rechte. In principe kunnen de zaakvoerders dus individueel handelen.

Niettemin kan de overeenkomst bepalen dat meerdere zaakvoerders het samenwerkingsverband gezamenlijk dienen te vertegenwoordigen (wat de tussenkomst veronderstelt van alle aldus aangestelde zaakvoerders) of als college (wat de tussenkomst veronderstelt van een toereikend aantal zaakvoerders om, in de zin van de overeenkomst, een college samen te stellen).

Deze beperkende bepalingen zijn slechts tegenwerpelijk aan derden indien zij betrekking hebben op de algemene vertegenwoordigingsbevoegdheid en indien zij zijn bekendgemaakt (artikel 858 van het W. Venn.).

Het ESV is verbonden door de handelingen van de zaakvoerders, zelfs indien die handelingen buiten het doel van het ESV vallen, tenzij het aantoont dat de derde daarvan op de hoogte was of er, gezien de omstandigheden, niet onkundig van kon zijn; bekendmaking van de statuten alleen is echter geen voldoende bewijs (artikel 859 van het W. Venn.).

Commissarissen

De controle van de financiële toestand van de jaarrekening van het ESV moet worden toevertrouwd aan één of meer commissarissen indien het ESV ten minste één lid telt dat zelf onderworpen is aan de controle door een commissaris (artikel 141, 3° van het W. Venn.).

In de andere gevallen moet de oprichtingsovereenkomst van het ESV de wijze vermelden waarop het toezicht wordt uitgeoefend (artikel 845 van het W. Venn.).

Boekhouding

De zaakvoerders van het ESV zijn verplicht elk jaar een inventaris alsmede een jaarrekening op te maken (artikel 92 van het W. Venn.).

De Commissie voor Boekhoudkundige Normen heeft haar advies 1/6 gewijd aan de omzetting in de rekeningen van het ESV van zijn relaties met zijn leden, alsook de omzetting van de rekeningen van de leden van hun relatie met het ESV (Bull. C.B.N., nr. 25, juni 1990, p. 4 tot 10).

We hebben hierboven gezien dat het ESV een vennootschap is. Als één van de leden een vennootschap is, moet in principe, met het oog op de gezamenlijke controle die normaal op het ESV wordt uitgevoerd, een geconsolideerde jaarrekening worden opgesteld (artikelen 9 en 110 van het W. Venn.).

De zaak ligt anders als een vrijstelling kan worden ingeroepen, zoals in het bijzonder, deze die van toepassing is op kleine groepen, die zo genoemd worden als de vennootschappen van de groep samen (en dus met inbegrip van het ESV) één van de volgende criteria niet overschrijden:

- jaaromzet excl. BTW: 25.000.000 EUR;

- balanstotaal: 12.500.000 EUR;

- jaargemiddelde van het personeelsbestand: 250.

Inkomstenbelastingen

De ESV’s die werden opgericht conform het W. Venn., worden geacht geen rechtspersoonlijkheid te bezitten voor de toepassing van de inkomstenbelastingen.

Deze ESV’s worden als dusdanig niet aan deze belastingen onderworpen. Zo is het ESV fiscaal transparant.

Deze afwezigheid van rechtspersoonlijkheid heeft tot gevolg dat de verdeelde of onverdeelde winst of baten alsmede de opnemingen der leden als winst of baten beschouwd worden en ten name van bedoelde leden belast worden overeenkomstig het stelsel dat terzake van toepassing is.

Deze winst of baten worden geacht te zijn betaald of toegekend aan de leden op de datum van afsluiting van het boekjaar waarop zij betrekking hebben; het gedeelte van de niet-uitgekeerde winst of baten wordt voor elk lid vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van het contract of, bij gebreke daarvan, volgens het hoofdelijk aandeel. (artikel 843, § 2 van het W. Venn.).

De verliezen van het ESV zijn aftrekbaar ten name van zijn leden. Wat voorafgaat geldt enkel voor de inkomstenbelastingen: vennootschapsbelasting of rechtspersonenbelasting. Het ESV is dus niet onderworpen aan één van deze twee belastingen.

Het ESV blijft daarentegen wel onderworpen aan de andere fiscale verplichtingen waaraan rechtspersonen gewoonlijk onderworpen zijn. Dit geldt in het bijzonder ook voor de verplichting om de bedrijfsvoorheffing in te houden en te betalen op de bezoldigingen die het zou toekennen en de roerende voorheffing op de roerende inkomsten die het verschuldigd zou zijn. Er is niet meer fictie voor de onroerende voorheffing.

Als een lid, bij wijze van voorbeeld, een onroerend goed inbrengt in volle eigendom, zou de onroerende voorheffing wel ingeschreven worden in hoofde van het ESV.

BTW

Het ESV heeft een aparte rechtspersoonlijkheid, los van de leden ervan. Het is onderworpen aan de gewone verplichtingscriteria voorzien in artikel 4 van het BTW-wetboek.

Een ESV waarvan de leden vrijgesteld zijn, kan zelf aanspraak maken op de vrijstelling op de voorwaarden van artikelen 44, § 2, 1°bis van het BTW-wetboek.

Volgens deze bepaling zijn de diensten vrijgesteld van belastingen, die verstrekt worden aan hun leden door de autonome samenwerkingsverbanden van personen die een activiteit uitoefenen die vrijgesteld is krachtens artikel 44 of waarvoor de leden niet gekwalificeerd zijn als BTW-plichtig, als deze diensten rechtstreeks noodzakelijk zijn voor de uitoefening van deze activiteit, en als de samenwerkingsverbanden zich ertoe beperken van hun leden de precieze terugbetaling te vragen van het deel van de gemeenschappelijke uitgaven dat elk van hen verschuldigd is.

Deze bepaling werd aangevuld door het koninklijk besluit nr. 43 van 5 juli 1991.

Registratierecht

Er werd hierboven reeds vermeld dat de inbreng, met inbegrip van onroerende goederen, in een ESV onderworpen is aan een algemeen vast registratierecht van 25 euro.

Hetzelfde geldt voor de overdracht aan de leden van het ESV van de onroerende goederen die ze zelf hebben ingebracht als deze overdracht gebeurt na de terugtrekking van deze leden of de ontbinding van het samenwerkingsverband.

Als er onroerende goederen aangekocht worden in andere omstandigheden dan deze, geeft deze aankoop in ieder geval aanleiding tot het voor verkopingen bepaalde recht (artikel 159, 12° van het Wetboek der Registratierechten).

Tot slot geniet het ESV, tijdens de uitoefening van zijn activiteit, niet van een stelsel dat afwijkt van het gemene recht. Bij een aankoop of verkoop van een onroerend goed, bijvoorbeeld, is er een registratierecht van 12,5% (10 % in het Vlaams Gewest) verschuldigd.


Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:34:00
Navigatie
  • TERUG