Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 119 - 30.04.02 - Gespreid te belasten verwezenlijkte meerwaarden
PA 119N gespreid te belasten

Editie nį 119 van 30 april 2002

Gespreid te belasten verwezenlijkte meerwaarden

    Auteur:
    Georges HONORE
    Lid van de Nationale Raad

1. Begrippen

Het betreft hier meerwaarden op immateriŽle of materiŽle vaste activa (art. 47 W.I.B. 1992) met als voorwaarde dat een bedrag, gelijk aan de vergoeding of aan de realisatiewaarde, herbelegd wordt op de voorgeschreven wijze en binnen de voorgeschreven termijn.

Deze meerwaarden worden aangemerkt als winst van het belastbare tijdperk waarin de herbelegde goederen zijn verkregen of tot stand gebracht en van ieder volgend belastbare tijdperk en zulks naar verhouding tot de afschrijvingen op die goederen die respectievelijk op het einde van het eerst vermelde belastbare tijdperk en voor elk volgende belastbare tijdperk in aanmerking worden genomen en, in voorkomend geval, tot het saldo op het ogenblik dat de goederen ophouden gebruikt te worden voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid en uiterlijk bij de stopzetting van de beroepswerkzaamheid.

2. Herkomst van die meerwaarden

Die meerwaarden worden verwezenlijkt :

- naar aanleiding van een schadegeval, een onteigening, een opeising in eigendom of enige andere gelijkaardige gebeurtenis voor immateriŽle of materiŽle vaste activa en dit ongeacht hun beleggingstijd (zelfs minder dan 5 jaar);

- naar aanleiding van een vervreemding

o van immateriŽle vaste activa waarop fiscaal afschrijvingen werden aangenomen;

o of van materiŽle vaste activa en op voorwaarde dat de vervreemde goederen op het ogenblik van hun vervreemding sedert meer dan vijf jaar de aard van vaste activa hadden.

3. Gedwongen meerwaarden

Met "gedwongen meerwaarden" worden de meerwaarden bedoeld die voortvloeien uit vergoedingen, ontvangen uit hoofde van een schadegeval, een onteigening, een opeising in eigendom en andere gelijkaardige gebeurtenissen die volledig onafhankelijk zijn van de wil van de verkrijger.

Voorbeelden daarvan zijn :

- de afstand in der minne van een goed als gevolg van een onteigeningsbesluit voor het algemeen nut;

- de vergoedingen ontvangen van het Rampenfonds voor schade, veroorzaakt door een storm of door andere omstandigheden van overmacht, aan de voor de uitoefening van de beroepsactiviteit bestemde middelen.

4. Vrijwillig verwezenlijkte meerwaarden

De vrijwillig verwezenlijkte meerwaarden die voor gespreide taxatie in aanmerking worden genomen, zijn beperkt tot de meerwaarden die verwezenlijkt worden naar aanleiding van een verkoop. Bijgevolg zijn de meerwaarden die resulteren uit de inbreng, in een vennootschap, van ruilen of delingen, uitgesloten.

Toch stelt de Wet van 22 december 1998 (B.S. van 15 januari 1999) dat het stelsel van de gespreide meerwaarde van toepassing is naar aanleiding van elke vervreemding, dus ook in geval van overdracht, ruil of inbreng in vennootschap.

5. Aard van de bedoelde vaste activa

Het stelsel van de gespreide taxatie is enkel van toepassing op :

1. de immateriŽle vaste activa die noodzakelijkerwijs het voorwerp hebben uitgemaakt van fiscaal aangenomen afschrijvingen :

- de kosten m.b.t. onderzoek & ontwikkeling;

- de concessies, octrooien, licenties, knowhow, merken en soortgelijke rechten;

- de goodwill.

2. de materiŽle vaste activa;

- de gronden en gebouwen;

- de installaties, machines en uitrusting;

- het meubilair en het rollend materieel;

- leasing en soortgelijke rechten;

- de overige materiŽle vaste activa.

Of de actiefbestanddelen elementen bestemd werden voor de uitoefening van de beroepswerkzaamheid in BelgiŽ of in het buitenland, maakt niets uit.

De op de actiefbestanddelen verwezenlijkte meerwaarden die als investering in aanmerking werden genomen voor de toekenning van de investeringsaftrek worden niet uit de gespreide taxatie gesloten.

6. Principe

De meerwaarden waarvan de taxatie gespreid wordt, zijn begrepen in de globaal belaste winsten en worden derhalve niet onderworpen aan een voorkeurtarief.

Het stelsel van de gespreide taxatie is facultatief.

De belastingplichtige dient zijn keuze op te geven in een formulier 276K dat hij dient toe te voegen aan zijn aangifte voor het tijdperk waarin de meerwaarde werd verwezenlijkt. Doet hij dit niet, dan wordt de belasting onmiddellijk op het hele bedrag geheven.

De belastingplichtige mag afzien van de gespreide taxatie en de meerwaarde in ťťn enkele keer laten belasten (namelijk 16,5 % PB indien voldaan wordt aan artikel 171, 4į WIB 1992) tijdens dit tijdperk.

De belasting wordt eveneens in ťťn enkele keer geheven indien de belastingplichtige, na eerst voor de gespreide taxatie gekozen te hebben, nalaat binnen de daartoe gestelde termijn tot de wettelijk voorgeschreven wederbeleggingen over te gaan.

7. Bestemming sedert meer dan vijf jaar van de verwezenlijkte goederen

De intentioneel verwezenlijkte meerwaarden mogen enkel aan de gespreide taxatie worden onderworpen indien de elementen van het actief waarop zij betrekking hebben, "sedert meer dan vijf jaar de aard van vaste activa hebben", d.w.z. sedert meer dan vijf jaar te rekenen vanaf de datum van hun verwezenlijking bestemd zijn voor de uitoefening van de beroepsactiviteit.

De periode van vijf jaar wordt steeds berekend van dag tot dag.

Men dient zich daarbij te baseren op de datum van facturatie of op een ander document.

Voorbeeld

De NV Albert koopt op 16 maart 1996 materieel aan. Op 17 maart 2001 verkoopt zij dit materieel door. Dit materieel was dus sedert meer dan 5 jaar bestemd voor de uitoefening van de beroepsactiviteit.

8. Gespreide taxatie

Spreiding van de taxatie betekent dat men de taxatie het afschrijvingsritme laat volgen van de activa die als herbelegging gediend hebben.

Wordt de nieuwe investering over vijf jaar afgeschreven, dan zal men gedurende vijf opeenvolgende belastbare tijdperken 20 % van de meerwaarde in het belastbare resultaat inbrengen.

Wordt daarentegen de herbelegging uitgevoerd in een over 33 jaar afschrijfbaar onroerend goed, dan zal de belasting van de meerwaarde over 33 jaar gespreid worden.

9. Termijn van de herbelegging

Het niet-monetaire gedeelte van de op immateriŽle en materiŽle vaste activa verwezenlijkte meerwaarden wordt enkel aan de gespreide taxatie onderworpen indien een bedrag, gelijk aan de realisatieprijs van die elementen van het actief, herbelegd wordt :

- in afschrijfbare immateriŽle en materiŽle vaste activa die in BelgiŽ gebruikt worden voor de uitoefening van de beroepswerkzaamheid;

- binnen een termijn van drie jaar en uiterlijk bij de stopzetting van de beroepswerkzaamheid;

- binnen een termijn van vijf jaar voor de herbelegging m.b.t. tot een gebouwd onroerend goed, een vaartuig of een vliegtuig.

10. Berekening van de herbeleggingstermijn

- De herbelegging dient uiterlijk bij de stopzetting van de beroepswerkzaamheid te gebeuren. Vanaf dat ogenblik is het saldo van de meerwaarde in ťťn enkele keer belastbaar in de loop van het stopzettingstijdperk.

- De wederbelegging dient te gebeuren binnen een termijn :

o die verstrijkt drie jaar na het einde van het belastbare tijdperk waarin de schadevergoeding werd ontvangen indien het een gedwongen meerwaarde betreft (schadegeval, onteigening, opeising in eigendom, enz.);

o van drie jaar die ingaat op de eerste dag van het belastbare tijdperk waarin de meerwaarde vrijwillig werd verwezenlijkt (verkoop, ruil, inbreng in vennootschap, enz.);

o Heeft de herbelegging betrekking op een gebouwd onroerend goed, een vaartuig of een vliegtuig, dan wordt de wederbeleggingstermijn op vijf jaar gebracht, ingaande op de eerste dag van het belastbare tijdperk van de verwezenlijking van de meerwaarde OF op de eerste dag van het voorlaatste belastbare tijdperk, voorafgaand aan het tijdperk van de verwezenlijking van de meerwaarde;

o in geval van wederbelegging in personenwagens, auto’s voor dubbel gebruik of omnibussen zal slechts 75 % van de aankoopprijs in aanmerking worden genomen als geldige herbelegging. De op auto’s verwezenlijkte meerwaarden zullen belastbaar zijn ten belope van 75 %;

o de als wederbelegging verworven activa hoeven niet noodzakelijk nieuw te zijn.

11. Berekening van het bedrag van de per tijdperk belastbare meerwaarde

Het bedrag van de tijdens een belastbaar tijdperk te belasten meerwaarde wordt berekend aan de hand van de volgende formule :

D = M x A/ V

D = bedrag van de belastbare meerwaarde

M = bedrag van de meerwaarde

A = de afschrijvingen van de nuttige vervangingsactiva

V = de verwezenlijkingsprijs op de te herbeleggen vergoeding

Voorbeeld

Realisatieprijs van een materieel 1 000 EUR

Verwezenlijkte meerwaarde 1 000 - (4 000 - Afs. 3 900)

= 900 Wederbelegging: nieuwe investering 800 Afs. 20 % lineair.

tweede investering 300 Afs. 10 % lineair.

Bedrag van de in aanmerking

te nemen wederbelegging ______800 + 200

1. Afschrijving 800 x 20 % _________160

2. Afschrijving 300 x 10 % x 200 _____20

3. Totaal 300___________________ 180

Merk op dat de afschrijving op de tweede investering beperkt is tot 200 EUR.

Bedrag van de belastbare meerwaarde voor het 1ste tijdperk :

D = 900 x 180/1 000 = 162

12. Boeking

De tijdelijk vrijgestelde meerwaarde (onaantastbaarheidsvoorwaarde) wordt gespreid belast tegen het volle tarief, en dit in verhouding tot de op de wederbelegging toegepaste afschrijvingen. De vennootschap kan de meerwaarde provisorisch vrijstellen door deze in een aparte rekening van het passief te houden.

- 1320 Belastingvrije reserves (uitgestelde belastingen) Passief IV.C

- 1681 Uitgestelde belastingen op gerealiseerde meerwaarden op immateriŽle vaste activa

- 1682 Uitgestelde belastingen op gerealiseerde meerwaarden op materiŽle vaste activa

Voorbeeld

In januari 1996 kocht de NV Albert een machine voor 3 000 EUR, afgeschreven voor 1 500 EUR. Op 17 augustus 2001 verkoopt deze NV de machine voor 2 000 EUR. Op 20 augustus 2001 koopt zij een soortgelijke machine aan voor 4 000 EUR, af te schrijven over een periode van 10 jaar.

1. Verkoop van het oude materieel

416 Diverse vorderingen 2 420,00  
7484 op Verkopen van vaste activa (facturatie)   2 000,00
7690 of Andere uitzonderlijke opbrengsten    
4510 Te betalen BTW   420,00

2. Output van het materieel en vaststelling van de meerwaarde

2309 Geboekte afschrijvingen 1 500,00  
7484      
of7690 Verkopen van vaste activa 2 000,00  
2300 op Installaties, machines en uitrusting   3 000,00
7630 Meerwaarde op verwezen- lijking van vaste activa   500,00

3. Wederbelegging van de fondsen (naleving van de vereiste voorwaarde)

2300 Installaties, machines en uitrusting 4 000,00  
411 Terug te vorderen BTW 840,00  
441 op Leveranciers van vaste activa   4 840,00

4. Overboeking van de meerwaarde naar de reserve en naar de uitgestelde belastingen

6800 Overboeking naar de uitgestelde belastingen (40%) 200,00  
6809 Overboeking naar de belastingvrije reserves 300,00  
1682 op Uitgestelde belastingen op gerealiseerde meerwaarden op materiŽle vaste activa verwezenlijkte meerwaarden   200,00
1320 Belastingvrije reserves (uitgestelde belastingen)   300,00

5. Bevinden we ons in dit stadium op het einde van het maatschappelijk boekjaar, dan dient in vak I.B. van de Ven.B.-aangifte de tot stand gebrachte vrijgestelde reserve te worden vermeld.

I.B. VRIJGESTELDE GERESERVEERDE WINST TOESTAND BEGIN TIJDPERK TOESTAND EINDE TIJDPERK
(Ö)
E. Gespreid te belasten verwezenlijkte meerwaarden
 
0
 
305,00 
 
500,00
 
315,00  

6. Berekening van het bedrag van de belastbare meerwaarde De nuttige afschrijving is gelijk aan de afschrijving die in aanmerking genomen dient te worden voor het belastbare tijdperk op de vervangingsactiva, teruggebracht tot op het niveau van het bedrag van de wederbelegging.

In dit voorbeeld is dit niet 4 000, maar 2 000.

Nuttige afschrijving = 2 000 x 10% = 200.

 

D = M x A/V = 500 x 200/2 000 = 50

1682 Uitgestelde belastingen 20,00  
1320 Belastingvrije reserves (uitgestelde belastingen) 30,00  
7800 op Onttrekking aan de uitgestelde belastingen   20,00
7809 Onttrekking aan de belastingvrije reserves  

30,00

7. Ven.B.-belastingaangifte, vak I.B.

I.B. VRIJGESTELDE GERESERVEERDE WINST TOESTAND BEGIN TIJDPERK TOESTAND EINDE TIJDPERK
(Ö)
E. Gespreid te belasten gerealiseerde meerwaarden
 
500,00
 
305,00 
 
450,00
 
315,00  

13. Inbrengverrichting

Op grond van de Wet van 22 december 1998 houdende fiscale en andere bepalingen (B.S. van 15 januari 1999) is de transfer aan de begunstigde vennootschap toegestaan in geval van vrijgestelde inbreng van bedrijfsafdeling of algemeenheid van goederen, van fusie of splitsing, van het stelsel van gespreide taxatie indien een actief, dat het voorwerp uitmaakt van een geldige herbelegging, het voorwerp uitmaakt van de inbreng.

Indien de herbelegging nog niet werd uitgevoerd op het ogenblik van de inbreng dient de begunstigde vennootschap zich er uitdrukkelijk en onherroepelijk toe te verbinden de herbelegging uit te voeren. Gebeurt dit niet, dan dienen de herbelegging en de gespreide taxatie uitgevoerd te worden uit hoofde van de inbrengende vennootschap.

Het deel van de meerwaarde dat op het ogenblik van de inbreng nog niet belast werd, wordt uit hoofde van de inbrengende vennootschap vrijgesteld. De belasting gebeurt voortaan uit hoofde van de begunstigde vennootschap, en dit volgens het ritme van de afschrijvingen van het betreffende actief en mits naleving van de onaantastbaarheidsvoorwaarde.

De onttrekkingen ten laste van het resultaat op grond van de inbreng of van de uitdrukking in de rekeningen uit hoofde van de inbrengverkrijgende vennootschap blijven zonder weerslag op het belastbare resultaat.

Dit zal worden verwezenlijkt door een herneming in V.U. Het eventuele negatieve verschil tussen het maatschappelijk kapitaal en het gestort kapitaal moet immers worden beschouwd als een negatieve belaste reserve.

Het resultaat op grond van de overboeking van de meerwaarde uit hoofde van de inbrengende vennootschap moet worden opgenomen in de belastbare winst en wordt er volledig van vrijgesteld door een verhoging, en dit in dezelfde mate als de toestand van de in het begin van het tijdperk belaste reserves.

A. VRIJWILLIG VERWEZENLIJKTE MEERWAARDEN INVESTERINGSDUUR
MINDER DAN 5 JAAR MEER DAN 5 JAAR
IMMATERIňLE VASTE ACTIVA
 
MATERIňLE VASTE ACTIVA
 
AANDELEN OF DEELBEWIJZEN
ANDERE FINANC. VASTE ACTIVA
VOORRADEN EN BESTELLINGEN IN
UITVOERING
Vol tarief
 
Vol tarief
 
Belastingvrij (1)
Vol tarief
 
Vol tarief
Vol tarief of gespreide taxatie
Vol tarief of gespreide taxatie
Belastingvrij (1)
Vol tarief
 
Vol tarief
B. GEDWONGEN MEERWAARDEN INVESTERINGSDUUR IN DE VENNOOTSCHAP
MINDER DAN 5 JAAR MEER DAN 5 JAAR
IIMMATERIňLE VASTE ACTIVA
 
MATERIňLE VASTE ACTIVA
 
AANDELEN OF DEELBEWIJZEN
ANDERE FINANC. VASTE ACTIVA
VOORRADEN EN BESTELLINGEN IN
UITVOERING
Vol tarief OF gespreide taxatie
Vol tarief OF gespreide taxatie
Belastingvrij (1)
Vol tarief
 
Vol tarief
Vol tarief OF gespreide taxatie
Vol tarief OF gespreide taxatie
Belastingvrij (1)
Vol tarief
 
Vol tarief

(1) Indien de inkomsten uit aandelen of deelbewijzen op het ogenblik van de verwezenlijking van de meerwaarde in aanmerking komen voor DBI-aftrek.


Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:34:00
Navigatie
  • TERUG