Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 119 - 30.04.02 - Schadeloosstelling door de verzekeraar van een boekhouder uit hoofde van zijn klant
pa 119N schadeloosstelling

Editie n° 119 van 30 april 2002

Schadeloosstelling door de verzekeraar van een boekhouder uit hoofde van zijn klant

Aan de minister van Financiën werd een parlementaire vraag gesteld m.b.t. het fiscaal stelsel van de schadeloosstelling vereffend door de verzekeraar van een boekhouder of accountant uit hoofde van zijn klant (Vraag nr. 1290 van de heer Thissen d.d. 18 mei 2001, Senaat, V&A, nr. 2-45, 11 december 2001). Wij geven vraag en antwoord hieronder integraal weer.

Vraag

Ingeval een boekhouder of een accountant een fout begaat die ervoor zorgt dat de belasting die uit hoofde van zijn klant moet worden betaald, verhoogd wordt, is de verzekeraar van de civielrechtelijke aansprakelijkheid verplicht om die laatste schadeloos te stellen.

Naar verluidt moet het bedrag van de ontvangen schadeloosstelling in de boekhouding worden opgenomen bij opbrengsten (rekening 74). Die inkomsten worden dus bij de belastinggrondslag van de onderneming gevoegd, terwijl de betaalde belasting ervan afgetrokken wordt door het spel van de verworpen uitgaven.

Laat ons het volgende voorbeeld bekijken :

1. Jaar van het schadegeval

Belastinggrondslag : 600 000 frank.

Belastingen : 600 000 x 28,84 % =

173 000 frank.

Na controle blijkt dat artikel 215, alinea 2, niet kan worden toegepast, vandaar:

Belastinggrondslag : 600 000 frank.

Belastingen : 600 000 x 40,17 % =

241 000 frank.

Het bedrag van het schadegeval kan dus op 241 020 - 173 040 = 67 980 frank worden geraamd.

2. Jaar van de schadeloosstelling

Normale bedrijfswinst : 350 000 frank.

Schadeloosstelling : 67 980 frank.

Beweging van reserves : 417 980 frank.

Verworpen uitgaven (belastingsregularisatie) :

67980 frank.

Belastinggrondslag : 485 960 frank.

Uit dit voorbeeld blijkt dat het bedrag twee keer wordt belast : de eerste keer omdat het deel uitmaakt van de opbrengsten van de onderneming en de tweede keer omdat het niet-toegelaten uitgaven betreft en onder niet-aftrekbare belastingen valt.

De schadeloosstelling blijkt twee keer te zijn opgenomen in de belastinggrondslag en het bedrag dat als schadevergoeding werd ontvangen, wordt heel wat kleiner door de belastingen die erop geheven worden. Ter vergelijking : schadevergoedingen die men ontvangt ten gevolge van een verkeersongeval worden slechts voor 75 % in de belastinggrondslag opgenomen en ondergaan een beperking die gelijk is aan die van kosten omwille van het spel van negatieve verworpen uitgaven.

Wordt hier volgens de geachte minister geen onrechtvaardig onderscheid gemaakt tussen de schadevergoedingen die worden ontvangen in het kader van fiscale "schadegevallen" en de schadevergoedingen die worden ontvangen ingevolge een verkeersongeval ? Zou het niet beter zijn dat deze soort van schadevergoeding ook een negatieve verworpen uitgave zou zijn zodat de belastinggrondslag op hetzelfde niveau zou worden gebracht als in een situatie zonder "schadegeval" ?

Antwoord

Bij ontstentenis van andersluidende wettelijke bepalingen, zijn de vergoedingen waarvan sprake is in het door het geachte lid aangehaalde voorbeeld in hoofde van de verkrijgende vennootschap belastbaar op grond van de artikelen 24 en 183 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.

Mededeling B.I.B.F.

We houden eraan u duidelijk te maken dat de BA verzekering slechts zal tussenkomen als een fout van de boekhouder heeft geleid tot een belasting aan het normale tarief terwijl een verminderd tarief had kunnen genoten worden.

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:34:00