Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 117 - 31.03.02 - Wijzinging van bepaalde BTW-verplichtingen vanaf 1 april 2002

Editie n° 117 van 31 maart 2002

Wijziging van bepaalde BTW-verplichtingen vanaf 1 april 2002

1. Voorwoord

Het Belgisch Staatsblad van 15 februari 2002 bevat een KB dat het Koninklijk Besluit nr. 1 wijzigt.
Dit Koninklijk Besluit vormt de pijler van de administratieve en boekhoudkundige verplichtingen van de BTW-plichtigen.
We geven u de wijzigingen die in werking treden op 1 april 2002. En het gaat hier niet om een aprilgrap!
Dit artikel vormt ook de bijwerking van de brochure "BTW per sector", uitgegeven door het BIBF.

2. Facturatie

De belastingplichtigen, die recht hebben op belastingaftrek, zijn verplicht een factuur uit te reiken voor de leveringen van onderdelen, accessoires en uitrusting voor landvoertuigen uitgerust met een motor, boten en vliegtuigen, alsook voor de werken (andere dan het wassen) die betrekking hebben op deze goederen, als de prijs, en daarbij inbegrepen de belasting over de toegevoegde waarde, 2 500 BEF of 62,00 EUR overschrijdt.

Vanaf 1 april 2002 wordt deze waarde verhoogd tot 125,00 EUR.

3. Het dagboek van ontvangsten

3.1. Bijgehouden in de bedrijfszetel

Een dagboek van ontvangsten moet bijgehouden worden door alle belastingplichtigen voor de inschrijving van de ontvangsten uit de leveringen van goederen en/of dienstverlening, ingeval er geen factuur werd uitgereikt.
Vanaf 1 april 2002 moet dit dagboek van ontvangsten bijgehouden worden per bedrijfszetel. Per bedrijfszetel wordt het totale bedrag van de dagontvangsten van dag tot dag ingeschreven.

Vroeger was er geen enkele verplichting voorzien voor het bijhouden van zo’n dagboek per bedrijfszetel.
Zo volstond één enkel dagboek van ontvangsten om het geheel aan ontvangsten, komende uit verschillende zetels, geldig in te schrijven.

3.2. Aanwezigheid in de bedrijfszetel(s)

Het dagboek van ontvangsten met betrekking tot de in de bedrijfszetel verrichte handelingen alsook de verantwoordingsstukken die erop betrekking hebben, met inbegrip van de dubbels van de ontvangstbewijzen van de BTW, dienen zich permanent op die bedrijfszetel(s) te bevinden tot het verstrijken van de derde maand volgend op die waarin het genoemde dagboek werd afgesloten.
Deze bepaling treedt in werking vanaf 1 april 2002.

Voordien kon het dagboek van ontvangsten zich elders bevinden, met de rest van de boekhouding.
p basis van deze nieuwe bepaling zal het dagboek van ontvangsten zich voortaan nergens anders meer kunnen bevinden dan in de bedrijfszetel, b.v. niet langer in de kantoren van de zelfstandige boekhouder, die belast is met de boeking en het opstellen van de periodieke BTW-aangifte.

3.3. Centralisatieboek voor meerdere bedrijfszetels

De belastingplichtigen die over meerdere bedrijfszetels beschikken moeten vanaf 1 april 2002 een centralisatieboek bijhouden. Hierin schrijven ze op het einde van elke aangifteperiode, per tarief, het totaalbedrag van de ontvangsten van dat tijdvak, ingeschreven in de verschillende dagboeken van ontvangsten bijgehouden per zetel.

3.4. Verbod tot het bijhouden op losse bladen

Het nieuwe Koninklijke Besluit bevestigt dat, noch het dagboek van ontvangsten bijgehouden per bedrijfszetel, noch het centralisatieboek van de verschillende dagboeken van ontvangsten, op geen enkele manier mogen bijgehouden worden op losse bladen.

3.5. Het nummeren van de bladen vóór gebruik

De bladen van het dagboek van ontvangsten en van het centralisatieboek moeten genummerd worden uiterlijk op het tijdstip waarop deze boeken in gebruik worden genomen.

3.6. Periode gelijk aan twaalf maanden

Een bepaling uit bovengenoemd Koninklijk Besluit preciseert het volgende : "Het dagboek van ontvangsten dient de handelingen op te nemen verricht tijdens een periode van twaalf maanden".

Artikel 11 van het besluit in kwestie voorziet dat de Minister van Financiën belast is met de uitvoering van dit besluit. We zullen de publicatie van de volgende rondzendbrieven en instructies van nabij volgen.
Daarin zal moeten worden verduidelijkt wat bedoeld wordt met een periode van twaalf maanden (twaalf opeenvolgende maanden ? Twaalf maanden van het kalenderjaar ? Overeenstemming met de boekjaren ? enz., te meer daar de bepaling in werking treedt op 1 april 2002).

4. Inkomsten- en uitgavenboeken

Deze boeken mogen bijgehouden worden op losse bladen.

De losse bladen moeten genummerd worden uiterlijk op het tijdstip waarop deze bladen in gebruik worden genomen.

5. Verantwoordingsstuk BTW

Het Koninklijk Besluit bekrachtigt het feit dat het niet verplicht is het ontvangstbewijs van de BTW op te maken voorzover de belastingplichtige, op het tijdstip waarop de dienst is beëindigd, aan de klant een factuur uitreikt waarop alle vermeldingen zijn aangebracht opdat de factuur conform zou zijn.

6. Registers van de automobielsector

6.1. Inleiding

Elke belastingplichtige die, in het kader van zijn economische activiteit, regelmatig een of meerdere handelingen verricht die onder 6.2. tot 6.4. worden gepreciseerd, moet een register voor motorvoertuigen bijhouden, dat aanwezig moet zijn in zijn inrichting.

Dit/deze register(s) moet(en) ook bijgehouden worden per bedrijfszetel.

Een enkel register mag worden bijgehouden voor het geheel aan voertuigen aanwezig in de inrichtingen van de belastingplichtige, voorzover alle voorgeschreven regels erop vermeld worden volgens de gevallen uitgelegd onder 6.2 tot 6.4 infra.

6.2. Levering van goederen en/of dienstverlening betreffende een motorvoertuig

Elke verkoop van goederen (autoradio, accessoires, onderdelen, enz.) en/of elke dienstverlening (onderhoud, carrosserie, herstelling, enz.), met uitzondering van het wassen, die betrekking heeft/hebben op een motorvoertuig, moet(en) bevestigd worden door middel van een factuur, van zodra het bedrag 125,00 EUR, BTW inbegrepen, bedraagt (zie 2. supra).
Het bijhouden van een register voor alle voertuigen die deel uitmaken van de inrichting van de belastingplichtige, houdt verband met deze facturatie.
De vermeldingen en regels van de inschrijvingen zijn uiteengezet in 6.6 infra.
Dit/deze register(s) moet(en) zich op de bedrijfszetel bevinden, behalve als ze sinds meer dan drie maanden afgesloten zijn.

6.3. Tweedehandse voertuigen bestemd voor verkoop

Elk voertuig, aanwezig in de inrichtingen van de belastingplichtige, dat als tweedehands motorvoertuig bestemd is voor verkoop, moet ook verschillende vermeldingen krijgen, zoals uitgelegd onder 6.6. infra.

In dat opzicht heeft het geen belang of deze voertuigen verkocht worden onder een normaal regime of dat ze onderworpen zijn aan het belastingregime op de winstmarge.

6.4. Tussenpersoon bij de verkoop van tweedehandse voertuigen

Van zodra een voertuig aanwezig is in de inrichting van de belastingplichtige, die tussenpersoon is bij de verkoop van de tweedehandse voertuigen, moet de aanwezigheid ervan ingeschreven worden in het bovengenoemd register ad hoc.

6.5. Uitsluiting van handelingen van montage, assemblage of constructie van motorvoertuigen

In het register van de voertuigen, die aanwezig zijn in de inrichtingen van de belastingplichtigen, met het oog op bovenvermelde dienstverleningen, moeten geen vermeldingen worden aangebracht, voorzien voor de belastingplichtigen die enkel en alleen handelingen van montage, assemblage of constructie van motorvoertuigen verrichten.

6.6. Gemeenschappelijke inschrijvingen

6.6.1. Draagwijdte

Zoals reeds verduidelijkt, beoogt het register, aanwezig in de inrichtingen :

    -de levering van accessoires, enz. en/of dienstverleningen, andere dan het wassen;
    -de verkopen van tweedehandse voertuigen voor eigen rekening;
    -de verkopen van tweedehandse voertuigen in de hoedanigheid van tussenpersoon.

6.6.2. Binnenkomst in de inrichting

Zodra een voertuig binnenkomt in de inrichting van de belastingplichtige teneinde er het voorwerp uit te maken van een handeling zoals beschreven in 6.6.1, moeten volgende vermeldingen worden ingeschreven:

    -volgnummer;
    -datum van binnenkomst (van het voertuig in zijn inrichting);
    -nummerplaat (bij gebrek daaraan, het chassisnummer);
    - in voorkomend geval,het identificatienummer voor de BTW van de opdrachtgever (indien het voertuig geïdentificeerd is in een andere lidstaat);
    -de code,te bepalen door de minister van Financiën of door zijn afgevaardigde die de aard van de handeling identificeert (te verschijnen).

6.6.3. Verlaten van de inrichting

Wanneer het voertuig zijn inrichting verlaat, stelt de belastingplichtige deze uitgaande datum vast.

6.6.4. Verwijzing naar de uitgereikte factuur

Ten laatste op het einde van de maand volgend op die waarin het voertuig zijn inrichting heeft verlaten, brengt de belastingplichtige een verwijzing naar de opgestelde factuur aan. Bij gebrek aan een factuur, bevat de indicatie een verantwoordingsstuk dat het vervangt of de reden van het niet opstellen van het document.

7. Mededeling

Op uitdrukkelijk verzoek van de ambtenaren van de administraties die bevoegd zijn voor de belasting over de toegevoegde waarde, de inkomstenbelasting en de douane en accijnzen, dient de belastingplichtige de registers en documenten die betrekking hebben op zijn economische activiteit volledig in orde op de bedrijfszetel ter inzage voor te leggen.

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:34:00
Navigatie
  • TERUG