Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Nr 117 - 31.03.02 - Vrijgestelde gereserveerde winst : verwezenlijkte meerwaarden

Editie n° 117 van 31 maart 2002

Vrijgestelde gereserveerde winst : verwezenlijkte meerwaarden

    Auteur:
    Georges HONORE
    Lid van de Nationale Raad

Dit is het vierde deel in de reeks over vak I.B. van de aangifte in de vennootschapsbelasting (vrijgestelde gereserveerde winsten). In dit artikel behandelen we de verwezenlijkte meerwaarden, andere dan de gespreid te belasten verwezenlijkte meerwaarden.

Deze meerwaarden vloeien voort uit :

  1. het monetair gedeelte;
  2. de fusie, splitsing of het aannemen door de vennootschap van een andere rechtsvorm;
  3. de inbreng van één of meer bedrijfsafdelingen of takken van werkzaamheid of van een algemeenheid van goederen;
  4. de lening van aandelen vanaf 14 april 1999;
  5. bepaalde meerwaarden die zijn vastgesteld of gerealiseerd vóór 1 januari 1990.

1. Het monetair gedeelte

Het monetair gedeelte van de meerwaarden gerealiseerd op immateriële, materiële en financiële vaste activa en andere portefeuillewaarden is vrijgesteld.
Deze vrijstelling wordt slechts verleend voorzover de verkregen vergoeding of de realisatiewaarde van het goed niet hoger ligt dan de geherwaardeerde waarde van de activa verminderd met de afschrijvingen en vroeger toegestane waardeverminderingen.

Hier worden alleen de meerwaarden bedoeld die zijn gerealiseerd op actiefbestanddelen die werden verkregen of samengesteld vóór 1950.
De revalorisatiecoëfficiënten zijn terug te vinden in artikel 2 § 6 W.I.B. 1992.

Het gedeelte van de gerealiseerde meerwaarde dat overeenstemt met de herwaardering van de aanschaffings- of investeringswaarde wordt het monetaire gedeelte van de meerwaarde genoemd; het bijkomende bedrag wordt excedentaire gedeelte van de meerwaarde genoemd.

Voorbeeld

In 1940 heeft BVBA Albert een gebouw gekocht dat geheel bestemd was voor beroepsdoeleinden. Aankoopwaarde : 2 000 euro. In 2001 verkoopt de vennootschap het gebouw voor 5 000 euro.
Opmerking ! Er is geen bijzondere herwaardering geweest in 1947.

Berekening van de boekhoudkundige meerwaarde   van de fiscale meerwaarde  
Aankoopwaarde
Toegestane afschrijvingen
Restwaarde
Verkoopprijs
Boekhoudkundige meerwaarde
Belastbare meerwaarde
Vrijgestelde monetair gedeelte
2 000
-2 000
0
5 000
5 000
3 600
1 400
2 000 x 1,70 = 3 400
-2 000
1 400
5 000
3 600

I.B. Vrijgestelde gereserveerde winsten Situatie begin periode Situatie einde periode
(.....)
d) Andere meerwaarden (niet bedoeld onder e.)
 
0
 
1 400,00

Behoud op een afzonderlijke passiefrekening

Boeking

2219 Afschrijvingen op gebouwen 2000,00  
7484 Verkopen van vaste activa (facturatie) 5 000,00  
2210 Aan Bouw - aankoopprijs   2000,00
7630
Meerwaarden op de realisatie van vaste activa
  5 000,00

Vaststelling van de vrijgestelde meerwaarde op 1 400

6800 Overboeking naar de uitgestelde belastingen (40 %) 560,00  
6809 Overboeking naar de belastingvrije reserves 840,00  
21321 Aan Andere vrijgestelde reserves (monet. ged.)   560,00
1682
    Uitgestelde belastingen op gerealiseerde meerwaarden op materiële vaste activa
  5 000,00

2. Meerwaarde voortvloeiend uit fusie, splitsing, omvorming

Zijn vrijgesteld de meerwaarden op aandelen in binnenlandse vennootschappen of in vennootschappen die hun maatschappelijke zetel, hun voornaamste inrichting of hun zetel van beheer of bestuur in een andere lidstaat van de EG hebben, wanneer deze meerwaarden zijn verkregen of vastgesteld naar aanleiding van :

  • een fusie, een splitsing of het aannemen van een andere rechtsvorm (overeenkomstig de artikelen 211 § 1of 214 § 1 W.I.B. 1992);
  • voor zover de verrichting wordt vergoed met nieuwe aandelen die daartoe werden uitgegeven;
  • ofwel overeenkomstig bepalingen van gelijke aard in een andere staat (art. 45 § 1 1e lid W.I.B. 1992)

Artikel 45 W.I.B. 1992

De meerwaarden op aandelen in binnenlandse vennootschappen, worden beschouwd als niet gerealiseerd wanneer ze zijn verkregen of vastgesteld naar aanleiding van een fusie, splitsing of ontbinding zonder verdeling van het maatschappelijk vermogen en tot stand gebracht met vrijstelling van belasting.

In dat geval worden meer- of minderwaarden op de in ruil ontvangen aandelen bepaald met inachtneming van de aanschaffings- of beleggingswaarde van de omgeruilde aandelen, eventueel verhoogd met de belaste meerwaarden of verminderd met de aangenomen minderwaarden, zowel vóór als na de ruil.
De in ruil ontvangen aandelen worden geacht te zijn verkregen op de datum waarop de geruilde aandelen zijn verkregen.

Deze bepaling is ook van toepassing op de meerwaarden op aandelen van vennootschappen die hun maatschappelijke zetel, hun voornaamste inrichting of hun zetel van beheer of bestuur in een andere lidstaat van de EEG hebben, wanneer ze zijn verkregen naar aanleiding van fusie, splitsing of omvorming tot stand gebracht met vrijstelling van belasting in deze staat (analoge bepalingen met die van de artikelen 211 tot 214).

Nagestreefde doelstelling

De artikelen 45 en 211 tot 214 W.I.B. 1992 hebben tot doel de fiscale neutraliteit te garanderen van de fusies, splitsingen of ontbindingen zonder verdeling van het maatschappelijk vermogen, van vennootschappen onderworpen aan de vennootschapsbelasting :

  1. door geen belasting te heffen op de vroeger uitgedrukte, maar niet-gerealiseerde meerwaarden, en de gerealiseerde of vastgestelde meerwaarden naar aanleiding van de verrichting;
  2. door te beschouwen als niet-gerealiseerde meerwaarden (art. 45 § 1) die voortvloeien uit de omwisseling van de aandelen in de gefusioneerde, gesplitste of ontbonden vennootschap, tegen aandelen in de overnemende vennootschap of de vennootschap die ontstaat uit de fusie, de splitsing of de ontbinding;
  3. door, bij de latere realisatie van de in ruil verkregen aandelen, de meerwaarden of de waardeverminderingen op deze deelbewijzen te bepalen alsof er geen ruil had plaatsgevonden.

3. Meerwaarden voortvloeiend uit de inbreng van een of meer bedrijfstakken

De meerwaarden verkregen of vastgesteld naar aanleiding van de inbreng van een of meer bedrijfstakken of een algemeenheid van goederen in een vennootschap tegen afgifte van aandelen die het maatschappelijk kapitaal van deze vennootschap vertegenwoordigen, worden vrijgesteld van belasting, op voorwaarde dat de onaantastbaarheidsvoorwaarde is vervuld (art. 46 § 1 en 190 W.I.B. 1992).

Zodra de vennootschap de aandelen of deelbewijzen (verkregen in ruil voor de inbreng) realiseert, wordt de voorlopig vrijgestelde meerwaarde in principe belastbaar.

Ze kan echter definitief worden vrijgesteld indien de eventuele inkomsten van deze aandelen of deelbewijzen in aanmerking komen voor DBI-aftrek.

Aan de vrijstelling voorzien in art. 46 W.I.B. 1992 is een keuzeregeling verbonden.
Indien de vennootschap kiest voor de vrijstelling, dient ze aan vier voorwaarden te voldoen.
De meerwaarde die ontstaat naar aanleiding van een inbreng zal worden vrijgesteld voorzover :
(het gaat om een inbreng en niet om een verkoop)

  • het gaat om een inbreng in een bedrijfstak (of goederengemeenschap)
  • de verkrijger zijn maatschappelijke zetel of voornaamste inrichting heeft in een lidstaat van de EEG
  • de inbreng uitsluitend wordt betaald met effecten van de verkrijgende vennootschap (met uitzondering van een verwaarloosbaar opleg in geld)
  • de verrichting beantwoordt aan rechtmatige economische of financiële behoeften.

Laatst gewijzigd op 11/08/2005 11:34:00
Navigatie
  • TERUG