Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Verplichtingen t.o.v. het Instituut
InformatieplichtDe erkende boekhouder (-fiscalist) dient de bevoegde Kamer per aangetekende brief op de hoogte te brengen zodra een gerechtelijk onderzoek tegen hem werd geopend, dat rechtstreeks of onrechtstreeks verband houdt met zijn beroep.

De erkende boekhouder (-fiscalist) dient de bevoegde Kamer schriftelijk te verwittigen wanneer hij in het kader van zijn beroepsuitoefening een burgerlijke, strafrechtelijke, commerciële, sociale of administratieve vordering instelt tegen een confrater.

De erkende boekhouder (-fiscalist) is ertoe gehouden alle gevraagde inlichtingen over te maken aan de Raad of de Kamers om hen toe te laten hun respectieve wettelijk toevertrouwde bevoegdheden uit te oefenen.

De erkende boekhouder (-fiscalist) dient de Kamer in te lichten over de professionele samenwerkingsverbanden die hij in het kader van zijn beroepsuitoefening aangaat teneinde de controle op de conformiteit met de plichtenleer mogelijk te maken.

De professionele samenwerkingsverbanden

De boekhouders (-fiscalisten) kunnen professionele samenwerkingsverbanden afsluiten (Artikel 10, §2 van het Reglement van plichtenleer).

Onder samenwerkingsverband wordt verstaan:
- elke vorm van duurzame samenwerking of vereniging met het oog op een gemeenschappelijke uitoefening van het beroep van boekhouder BIBF met andere boekhouders BIBF of met personen die een ander beroep uitoefenen;
- de middelenvennootschappen.

De boekhouder (-fiscalist) dient de Kamer in te lichten over de professionele samenwerkingsverbanden die hij in het kader van zijn beroepsuitoefening aangaat teneinde de controle op de conformiteit met de plichtenleer mogelijk te maken. (Zie Artikel 10, §1 van het Reglement van plichtenleer).

Wanneer de samenwerking plaatsvindt in het kader van een rechtspersoon, deelt de hij/zij aan de Kamer de statuten, de wijzigingsakten van de statuten, alsook de benoemingen, ontslagen of ontzettingen van de leden van de beheersorganen mede. Bij elke benoeming of wijziging moet aan de Kamer een geactualiseerde lijst overgemaakt worden met vermelding van de naam, voornaam, beroep en nationaliteit van de zaakvoerders, bestuurders en werkende vennoten van de rechtspersoon of van de vereniging waarvan zij deel uitmaken, evenals van de omvang van hun participatie in voormelde rechtspersoon of vereniging.

Sedert het Koninklijk besluit van 15.02.2005 is de oprichting van een boekhoudvennootschap aan strikte regels onderworpen. (Zie ook: "Verbonden pagina’s" in het menu rechtsbovenaan deze pagina).

Betaling jaarlijkse bijdrageArtikel 50, §1, 3° van de wet van 22 april 1999 bepaalt dat de boekhouder of boekhouder-fiscalist "om erkend te worden en erkend te blijven" een bijdrage moet betalen aan het Beroepsinstituut, waarvan het bedrag jaarlijks wordt vastgesteld door de Nationale Raad binnen de perken en overeenkomstig de modaliteiten voorzien bij het huishoudelijk reglement.

Het bedrag van de jaarlijkse bijdrage wordt onderworpen aan de goedkeuring van de Minister die de Middenstand onder zijn/haar bevoegdheid heeft.

Het lid dat afstand doet van de erkenning of wiens erkenning wordt ingetrokken of opgeschort, blijft voor het lopend jaar de bijdrage verschuldigd.

Verplichte Verzekering Beroepsaansprakelijkheid Artikel 50, §1, 1° van de Wet 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen bepaalt dat : "Om als boekhouder erkend te worden en te blijven, moet men zijn burgerlijke beroepsaansprakelijkheid verzekeren door een verzekeringsovereenkomst die goedgekeurd werd door de Nationale Raad van het Beroepsinstituut". Wie onverzekerd is, begaat een deontologische fout (zie Reglement Plichtenleer) en kan - volgens de wet - bovendien geen erkend boekhouder(-fiscalist) blijven.

Op die manier worden zowel de belangen gediend van de leden van het Beroepsinstituut alsook deze van de personen die een beroep doen op hun diensten. Zij hebben immers de garantie dat hun boekhouder(-fiscalist) verzekerd is in geval van een professionele fout.

Artikel 14 van het Reglement van plichtenleer bepaalt dat de algemene basisvoorwaarden en de minimum waarborgen waaraan de verzekeringsovereenkomst moet voldoen door de Nationale Raad vastgesteld worden. De Raad heeft de minimum waarborgen opnieuw vastgesteld op 29 november 2002.

* Zie Extranet om Collectieve polis Burgerlijke Beroepsaansprakelijkheid te downloaden
* Wie contacteren bij Marsh in geval van schade Beroepsaansprakelijkheid en aanvullende verzekeringen?
* Het toetredingsformulier collectieve polis BA kan u hier downloaden
* Het model van aangifteformulier voor een sinister kan U hier downloaden
* Nieuwigheden collectieve polis 2017 kan u hier downloaden


Laatst gewijzigd op 21/11/2016 16:57:37