Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Persoonlijke verplichtingen
Het beroepsgeheim Onverminderd de voor de erkende boekhouder (-fiscalist) door de wet opgelegde verplichtingen het beroepsgeheim te bewaren conform artikel 458 van het Strafwetboek, is hij/zij tevens gehouden tot naleving van een beroepsdiscretieplicht.

U leest meer over de wijze waarop deze reglementering in de praktijk moet worden toegepast in:

  • Pacioli - editie nr 64 van 15.11.1999
  • Het beroepsgeheim en het artikel 458 van het strafwetboek - Commentaar van Véronique Sirjacobs - Commentaar van Véronique Sirjobs, juridische dienst BIBF - januari 2002.

    MeldingsplichtWanneer de boekhouder(-fiscalist) in de uitoefening van zijn/haar beroep feiten vaststelt waarvan hij/zij weet dat ze verband houden met witwassen van geld of die bewijsmateriaal voor het witwassen van geld kunnen vormen, dan moet hij/zij daarvan, krachtens artikel 14bis van de wet van 11 januari 1993, onmiddellijk de C.F.I. op de hoogte brengen.

  • Voor meer info over verstrekken van informatie aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking: zie hoofdstuk documentatie > witwaswetgeving
  • Lees meer over beroepsgeheim en meldingsplicht in Pacioli 64 van 15 november 1999.

    De onafhankelijkheid De erkende boekhouder (-fiscalist) moet zijn/haar beroep uitoefenen met de vereiste bekwaamheid, eerlijkheid en waardigheid. Hij/zij dient over de nodige onafhankelijkheid te beschikken, die de uitoefening van een vrij beroep kenmerkt, om zijn/haar beroep uit te oefenen volgens de voorschriften van de plichtenleer. Wanneer zijn/haar onafhankelijkheid in het gedrang is moet hij/zij zijn/haar mandaat teruggeven (art. 4. en 6. van het Reglement van Plichtenleer)

    Permanente vorming Volgens de plichtenleer moet de erkende boekhouder (-fiscalist) de "nodige zorg besteden aan de beroepsvervolmaking. De Raad bepaalt het minimum aantal uren dat jaarlijks aan de beroepsvervolmaking moet worden besteed en kan ook onderwerpen inzake beroepsvervolmaking aanduiden".

  • Klik hier voor "Algemene Richtlijn" om te weten welke activiteiten door het BIBF erkend worden

  • De activiteiten inzake permanente vorming worden elkaar jaar door de leden ingediend via het EXTRANET.

    De Nationale Raad heeft op haar vergadering van 22 november 2013, het aantal uren permanente vorming vastgelegd die elke boekhouder(-fiscalist) BIBF en elke stagiair-boekhouder(fiscalist) in 2014 minstens moet volgen.

    Voor 2014 bedraagt het aantal uren te volgen bijscholing, net als vorig jaar, 40 uur. Er zijn wel enkele bijzonderheden :

    • De Raad besliste dat binnen de 40 uur minstens één seminarie verplicht moet worden gevolgd betreffende de organisatie van een boekhoudkantoor alsook een seminarie over de E-invoicing/E facturatie van in totaal 6 uur (voor beide seminaries samen) en dit gespreid over de periode 2014-2015 voor zover er nog geen seminarie hierover werd gevolgd in 2013;
    • Daarnaast voorziet artikel 20 van de nieuwe plichtenleer dat die BIBF leden die tevens syndicusactiviteiten uitvoeren voor derden jaarlijks bijkomend en losstaand van hun verplichte bijscholing als boekhouder BIBF, 10 uur specifieke bijscholing dienen te volgen in het kader van zijn/haar activiteit van syndicus die erkend worden door het BIV (dus in totaal 50 uren);

    De Nationale Raad heeft op 14 oktober 1999 in een algemene richtlijn beslist dat de personen die langer dan twaalf maanden van het tableau werden verwijderd op eigen verzoek en voor zover ze voor de periode van de tijdelijke uitschrijving geen bewijzen inzake permanente vorming kunnen voorleggen zoals elk jaar bepaald door de Nationale Raad, in principe 4 uren bijscholing dienen te volgen per maand afwezigheid van het tableau. Dit aantal uren verplichte bijscholing werd geplafonneerd op 106 uren (het verplicht aantal uren permanente vorming voor het jaar van herinschrijving inbegrepen).

    Onverenigbaarheden

    Artikel 21 van het reglement van plichtenleer(KB van 18/07/2017 bepaalt hierover :

    • Art.21 § 1.Behoudens voor de activiteiten vermeld in paragraaf 2, wordt de uitoefening, als natuurlijke persoon of als rechtspersoon, van multidisciplinaire activiteiten toegestaan door de Kamers, op schriftelijk verzoek van een extern boekhouder BIBF, voor zover de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van het lid niet in gevaar komen.
    • §2. Volgende beroepsactiviteiten, uitgeoefend als natuurlijk persoon of als rechtspersoon, worden altijd beschouwd als activiteiten die de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de externe boekhouder BIBF in het gedrang brengen: de activiteiten van verzekeringsmakelaar of -agent, deze van vastgoedmakelaar uitgezonderd de syndicusactiviteit, alsook alle bancaire activiteiten en activiteiten van financiële dienstverlening waarvoor de inschrijving bij de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten vereist is.

    Betreffende de personen die tewerkgesteld zijn in de openbare sector, bepaalt artikel 22 van diezelfde plichtenleer dat zij het het beroep van extern boekhouder BIBF slechts kunnen uitoefenen of de beroepstitel van intern boekhouder BIBF slechts dragen, mits voorafgaandelijke schriftelijke toestemming van de bevoegde overheid..


  • Laatst gewijzigd op 23/01/2018 15:24:30