Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten
Wet van 22 april 1999
 
Opdracht & werking

De opdracht van de Uitvoerende Kamer werd geregeld bij artikel 45/1 van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen en door de bepalingen van het koninklijk besluit van 28 november 2018 tot bepaling van de regels inzake de organisatie en de werking van het Beroepsinstituut van erkende Boekhouders en Fiscalisten.

A. De opdracht

De wet voorziet verschillende opdrachten:

  1. Het opmaken en bijhouden van het tableau van de beoefenaars, de lijst van de stagiairs en het tableau van de personen die de titel van het beroep ’eershalve’ mogen voeren.

    Over de procedure tot inschrijving op het tableau van de Erkende boekhouders B.I.B.F. of op de Lijst van de stagiair-boekhouders vindt men meer informatie onder de respectieve hoofdstukken.

    Aangezien de Uitvoerende Kamers de bevoegdheid hebben het tableau of de lijst bij te houden, hebben ze aldus ook de bevoegdheid de vragen tot weglating (uitschrijving) of herinschrijving te behandelen.

  2. De occasionele uitoefening van het beroep toestaan

    De Kamer kan de occasionele uitoefening van het beroep door in het buitenland gevestigde personen toelaten overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag van Rome en van de ter uitvoering van dit verdrag genomen verordeningen of op grond van een wederkerigheidverdrag en zulks voor zover de betrokkene voldoet aan de voorwaarden tot uitoefening van het beroep, die van kracht zijn in het land waar hij zijn hoofdverblijf heeft. Zij die de toelating hebben bekomen, moeten zich schikken naar de deontologische regels.

  3. Waken over de toepassing van het Reglement van Plichtenleer en het Stagereglement

    De Kamers waken over de toepassing van het stagereglement en de voorschriften van de plichtenleer en doen uitspraak in tuchtzaken ten opzichte van de beoefenaars, de stagiairs en de personen die gemachtigd zijn het beroep occasioneel uit te oefenen.

  4. Arbitrage over betwistingen inzake honoraria

    Op gezamenlijk verzoek van de betrokkenen kan de Kamer, in laatste aanleg arbitraal uitspraak te doen omtrent betwistingen inzake honoraria die door een beoefenaar van een dienstverlenend beroep aan zijn cliënt worden gevraagd. Dit betekent dat er tegen deze arbitrale uitspraak geen beroep meer mogelijk is bij de Kamer van Beroep.

  5. Advies inzake honoraria

    De Kamer dient eveneens advies uit te brengen over de berekening van de honoraria op verzoek van de hoven en rechtbanken of in geval van geschil tussen op het tableau of op de lijst van de stagiairs ingeschreven personen.

B. Werking van de Kamer

De Uitvoerende Kamers beraadslagen slechts op geldige wijze indien de voorzitter of zijn plaatsvervanger, twee werkende of plaatsvervangende leden aanwezig zijn. De rechtskundige bijzitter wordt uitgenodigd. Hij neemt geen deel aan de beraadslagingen.

De Uitvoerende Kamers doen uitspraak bij een met redenen omklede beslissing. De beslissingen worden genomen bij meerderheid van de stemmen. Bij staking van stemmen beslist de stem van de voorzitter.

Openbaarheid van de zittingen
  • De zittingen van de Kamer zijn openbaar, behoudens in de gevallen zoals voorzien door artikel 148 van de Grondwet en artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, of wanneer de opgeroepen persoon, geheel vrijwillig en ondubbelzinnig, afstand doet van de openbaarheid van de debatten.

  • Bevoegdheid

    De bevoegdheid van de Uitvoerende Kamers wordt bepaald door de plaats waar de aanvrager zijn beroep voor het eerst zal uitoefenen of nadien door de plaats waar hij zijn hoofdvestiging heeft. Indien deze plaats gelegen is in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad zal deze bevoegdheid afhangen van de taal die werd gebruikt in de aanvraag of van de taal die werd gekozen door de verweerder.

    De personen die hun hoofdvestigingsplaats in het Duitse taalgebied hebben, vallen onder de bevoegdheid van de verenigde Uitvoerende Kamers.

    Ook de betwistingen tussen personen, die zijn ingeschreven op een verschillende taalrol, behoren tot de bevoegdheid van de Verenigde Uitvoerende Kamers.

  • De rechtskundige assessor

    De rechtskundige assessor leidt het onderzoek in tuchtzaken. Wanneer hij ingelicht wordt over een tekortkoming of een tuchtklacht ontvangt, kan hij de zaak zelf onderzoeken ofwel een werkend of plaatsvervangend lid van de Kamer aanwijzen om de zaak te onderzoeken en hem verslag uit te brengen. Hij oordeelt over de opportuniteit van de tuchtrechtelijke vervolging. Indien de feiten een deontologische inbreuk uitmaken en zwaarwichtig genoeg zijn kan hij de zaak verwijzen naar de Uitvoerende Kamer. In het tegenovergestelde geval klasseert hij het dossier zonder gevolg.

  • Het secretariaat

    De Nationale Raad wijst voor de Uitvoerende Kamers een secretaris aan onder de personeelsleden van het Instituut. De secretaris woont de beraadslagingen bij en notuleert de beslissingen. Hij stelt de notulen van de zittingen op en ondertekent ze.

  • Recht van wraking

    Eenieder die partij is in een zaak die wordt voorgelegd aan een Uitvoerende Kamer heeft recht van wraking in de gevallen bepaald bij artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek.

    De beoordeling van een wrakingverzoek tegen een lid van de Uitvoerende Kamer of van de verenigde Uitvoerende Kamers wordt opgedragen aan respectievelijk de Kamer van Beroep of de verenigde Kamers van Beroep. De beoordeling van een wrakingverzoek tegen een lid van een kamer van beroep of van de verenigde kamers van beroep wordt opgedragen aan het Hof van Cassatie. De procedure verloopt zoals bepaald in artikel 838 van het Gerechtelijk Wetboek

  • Betekening bij het Parket Generaal

    De definitieve uitspraken van schorsing of van schrapping worden bij de Procureur-generaal bij het bevoegde Hof van Beroep aangegeven door de secretaris van de betrokken Kamer of Kamers.


Laatst gewijzigd op 09/01/2019 14:28:03
Navigatie
  • TERUG